Pak nu de illustratie DE ZUS. ‘Kijk, dit is de grote zus van Selma. Zij heet Lara en ze is zeven jaar. Lara zit al in groep 4! Lara kan al heel goed lezen. Lara houdt er van om Selma voor te lezen. Selma wil dan vaak het boekje in haar mond stoppen. Lara vindt dat best grappig.’
‘Selma heeft ook nog een broer. Zijn naam is Elias.’ Laat de illustratie van DE BROER zien. ‘Elias is vijf jaar, ongeveer net zo oud als jullie dus. Elias houdt van voetballen, hij kan het al goed. Hij kan bijna niet wachten tot zijn kleine zusje Selma wat groter is, want dan kan hij ook samen met haar voetballen.’
‘En dan is er nog Freddie (illustratie DE HOND). Freddie is de hond van het gezin. Freddie vindt het gezellig met Selma. Als hij haar ziet kwispelt hij met zijn staart. Hij legt ook vaak een balletje naast haar neer. Dan wil hij spelen. Maar Selma kan de bal nog niet weggooien. Freddie gaat vaak met papa Maarten en Selma mee naar het park. Dan gooit papa de bal ver weg en Freddie brengt hem altijd weer terug.’
Vraag een aantal leerlingen het volgende aan te wijzen op de illustraties:
- de volwassenen (‘grote mensen’)
- de kinderen
- het huisdier.