Laat de leerlingen in de kring zitten en demonstreer de bedoeling: u pakt de Vreedzame School-bal en noemt een voorbeeld waarmee u iemand wel eens helpt, bijvoorbeeld koken (of een boodschap doen, schoonmaken, iemand ergens naartoe brengen met de auto). Geef de bal door: ieder heeft om de beurt de Vreedzame School-bal vast en noemt iets.